Nog één keer ‘allennig’ in het theater

De Drentse Daniël Lohues (1971) is in het laatste jaargetijde van zijn Allennig-vierluik beland: de herfst. Met deze gelijknamige theatertour reist hij nu door het land. Lohues: „Ik voel me net een troubadour uit de middeleeuwen.”

Foto: Anton Corbijn

„Ik ken het plezier van spelen op Pinkpop met een rock ’n roll band en van swingen met een bluesband op het North Sea Jazz Festival. In Allennig doe ik iets heel anders, iets dat ik altijd al thuis doe.” Lohues kreeg bekendheid met bands als Skik en Lohues & the Louisiana Blues Club. De laatste vijf jaar boekt hij succes als solo-artiest. De vier platen in zijn Allennig-serie die respectievelijk staan voor de winter, lente, zomer en herfst verpakt hij in een theaterjasje waarmee hij door het land reist. Mooie, intelligente luisterliedjes waarbij de geschiedenis van ons land een belangrijke plaats inneemt.

„Ik vertel verhalen over waar ik vandaan kom, over Amerika en de geschiedenis van ons land. In Allennig I vertelde ik hoe Karel de Grote de Saksen had overwonnen. Dat soort verhalen zijn belangrijk om de geschiedenis van oost en noord Nederland te begrijpen. In Allennig IV vertel ik over de slag bij Arnhem, daar zet ik andere wereldgebeurtenissen tegenover.” En zo wisselen sfeertekeningen van zijn plattelandsjeugd zich af met bespiegelingen op het heden.

Geschiedenis vindt hij bijzonder interessant. „De grote geschiedenis vanaf de oerknal maar ook de kleine, de verdwenen geschiedenis. De geschiedenis die wij op school leerden is die van Holland maar de geschiedenis van het Saksische Nederland leert niemand. Ik vind het belangrijk om dat soort informatie met mensen te delen.”

Veel verhalen komen bij zijn opa vandaan. Als klein jongetje zat hij vaak met een kopje thee bij hem aan tafel. „Mijn opa ging zitten, wreef over het tapijt op tafel, stopte zijn pijp, pufte eraan en begon te vertellen. Over Napoleon, de piramides en over de maan. En het klopte ook nog allemaal. Ik zag later op Discovery een documentaire over de maan met zijn theorie als nieuwe theorie. Mijn opa was een bijzondere kerel waar ik vaak aan moet denken en waar ik me door heb laten inspireren.”

Lohues drapeert de liedjes van zijn vier solo-platen als het ware om de vier seizoenen heen. „Verhalen die bij het vuur in Erica in Drenthe te horen zijn. Het verleden en de toekomst draaien logisch rond het nu. Tekens van de tijd. Heimwee en hoop”, beschrijft hij zijn vierluik. In Allennig IV bezingt hij de herfst, inclusief het weer, religie, desolatiedrang en Noord-Amerika. Hij bedacht zich bij het maken van de plaat dat het Drentse woord ‘harfst’ wel heel veel op het Engelse ‘harvest’ lijkt. „Allennig IV is een soort oogst voor mij, dat zat de hele tijd in mijn hoofd. Al het voorgaande komt samen op deze plaat. Ik doe de dingen die ik de afgelopen vijf jaar heb geleerd.”

“Ik voel me net een troubadour uit de middeleeuwen die van stad naar stad reist om te vertellen wat hij gehoord heeft”

„Nu ik weer op toer ben met mijn show voel ik me net een troubadour uit de middeleeuwen die van stad naar stad reist om te vertellen wat die in andere steden gehoord heeft. Fantastisch!” Toch mist hij de blues af en toe een beetje. „Soms denk ik na vier optredens; ‘breng me maar naar een dampende tent waar mijn bluesband klaarstaat.’ Maar tegelijkertijd blijft blues erg aan je kleven en vind ik het heerlijk dat ik deze kant op ben gegaan.”

En dat vinden veel mensen met hem. Zijn nieuwste theatershow Allennig IV is al in veel theaters uitverkocht. „Ik speel vaak meerdere avonden achter elkaar in grote schouwburgen.” Je zou kunnen denken dat zo’n optreden niet meer intiem is maar volgens Lohues is niets minder waar. „Zelfs in de grote schouwburg van Groningen blijf je intimiteit houden. Dat komt door de liedjes en hoe ik ze speel.” Hij noemt het een ambacht, alleen op het podium. En legt uit: “Je moet een muzikale desolatie zoeken, in je eentje de song begeleiden, de 2de stem doen, de bas, akkoorden. Een heel erg leuk, spannend en leerzaam proces.”

Dit artikel werd gepubliceerd in de culturele bijlage van het AD, april 2010